• Nieuw motorenaanbod verlaagt CO2-uitstoot en verbruik met meer dan 12%
• Keuze uit negen schone en zuinige motoren, van 64 kW/87 pk tot 132 kW/180 pk
• ecoFLEX-dieselmotor met 109 g/km CO2; 87 pk sterke benzinemotor met 129 g/km CO2
• Nieuwe 1.4 Turbo motor met 140 pk en slechts 139 g/km CO2 valt in 20% bijtellingscategorie
• Nieuwe, compacte 6-trapsautomaat versnellingsbak
Rüsselsheim/Breda - De nieuwe Astra komt op de markt met een volledig aanbod van 9 motoren met een vermogen van 64 kW/87 pk tot 132 kW/180 pk. Dat motorenaanbod is een mooi voorbeeld van de filosofie van het merk om klanten betaalbare, echt zuinige auto’s aan te bieden, waarbij veel rijplezier en een opwindende rijervaring garant staat. De nieuwe Astra is iets groter geworden zodat hij meer interieurruimte biedt en heeft daarnaast een aantal technische verbeteringen ondergaan die het verbruik verminderen en de prestaties verhogen.
De motoren voor de nieuwe Astra worden aan een handgeschakelde versnellingsbak gekoppeld en leveren indrukwekkende prestaties. Bovendien zijn hun verbruik en CO2-uitstoot met meer dan 12% verlaagd in vergelijking met de huidige generatie motoren. Het gemiddelde brandstofverbruik van de vier dieselmotoren, met een vermogen van 70 kW/95 pk tot 118 kW/160 pk, bedraagt slechts 4,6 l/100 km. Opel verwacht trouwens dat bijna de helft van de nieuwe Astra’s die bij de introductie in Europa verkocht worden, met een dieselmotor uitgerust zal zijn.
De CDTI-turbodiesels in het aanbod hebben een cilinderinhoud van 1.3, 1.7 of 2.0 liter. Het zijn allemaal common-rail-motoren met een meervoudige brandstofinjectie en een dieselpartikelfilter. Zelfs de topmotor, de 2.0 CDTI van 118 kW/160 pk, verbruikt gemiddeld slechts 4,9 l/100 km terwijl zijn CO2-uitstoot beperkt blijft tot 129 g/km.
In de lente van 2010 wordt het aanbod uitgebreid met een eerste 1.3 CDTI ecoFLEX. De CO2-uitstoot van die krachtbron bedraagt slechts 109 g/km, terwijl hij gemiddeld maar 4,2 l/100 km verbruikt.
Het aanbod benzinemotoren omvat zowel atmosferische motoren als turbomotoren van 1.4 en 1.6 liter. Het vermogen van die vier benzinemotoren varieert van 64 kW/87 pk tot 132 kW/180 pk, terwijl hun gemiddelde verbruik slechts 6,1 l/100 km bedraagt.
De instapversie van de benzinemotoren ontwikkelt 64 kW/87 pk. Toch verbruikt hij niet meer dan 5,5 l/100 km terwijl zijn CO2-uitstoot niet hoger ligt dan 129 g/km. Met die krachtbron is de Astra de zuinigste compacte benzineauto op de markt. In lijn met Opels strategie om motoren met een kleinere cilinderinhoud uit te brengen, vervangt een nieuwe 1.4 Turbo benzinemotor van 103 kW/140 pk de huidige 1.8-literversie. Daardoor daalt het verbruik met bijna 18%.
Alle versnellingsbakken hebben zes versnellingen, op de handgeschakelde vijfversnellingsbak voor de atmosferische benzinemotoren van 1.4 en 1.6 liter en de 1.3 turbodieselmotor na. Voor de benzinemodellen is een nieuwe, ruimtebesparende automaat optioneel beschikbaar.
Vijf bijzonder zuinige atmosferische en turbobenzinemotoren van 1.4 en 1.6 liter
De 1.4- en 1.6-literbenzinemotoren bestaan in een atmosferische en een turboversie en vormen een aanbod van vijf krachtbronnen met een vermogen van 64 kW/87 pk tot 132 kW/180 pk. De basisversie van 1.4 liter zal vanaf begin volgend jaar in productie genomen worden.
Deze viercilinders, die dwars in de motorruimte gemonteerd worden, zijn uitgerust met aluminium cilinderkoppen en met twee bovenliggende nokkenassen die op hun beurt vier kleppen per cilinder aandrijven. De cilinderblokken zijn in gietijzer vervaardigd om ze te verstevigen en om het geluidsniveau terug te dringen. Ze zijn voorzien van een hol frame dat het gewicht moet verminderen. Een spuitgegoten aluminium oliecarter, dat ook een structurele functie heeft, maakt het geheel nog stijver en doet het geluidsniveau nog verder dalen.
Alle motoren, op de 1.6-liter-turbo na, zijn uitgerust met een continu variabele kleptiming op zowel de in- als de uitlaatzijde. De nokkenassen zijn voorzien van hydraulisch bediende faseregelaars van het schoepentype. Die variëren de hoek van elke nokkenas ten opzichte van de krukas, tot 60° op de inlaatzijde en tot 45° op de uitlaatzijde.
De nokkenasverstelling stelt de regeleenheid van de motor in staat om het moment waarop de kleppen geopend en gesloten te worden aan te passen aan wisselende omstandigheden, zoals het toerental en de motorbelasting. Die technologie biedt tal van voordelen zoals een hoog koppel over een groter toerentalgebied, een hoger maximumvermogen en een lager verbruik. De nokkenasverstelling is ook een doeltreffend middel om de emissies onder controle te houden: dankzij de optimale klepoverlapping die nu bereikt wordt, is een afzonderlijk EGR-systeem (uitlaatgasrecirculatie) overbodig. De thermostaat voor het koelwater en de oliepomp worden elektronisch gestuurd om de opwarming van de motor te versnellen.
De atmosferische 1.4-litermotor, de basismotor, wordt in twee uitvoeringen aangeboden, waarvan de eerste – die vanaf begin volgend jaar in productie gaat - een vermogen van 64 kW/87 pk bij 5600 t/min ontwikkelt. De tweede variant van 74 kW/100 pk ontwikkelt een specifiek vermogen van 52,8 kW/71,4 pk per liter. Deze motoren hebben een gemiddeld verbruik van 5,5 l/100 km en zijn daarmee de zuinigste benzinemotoren in het compacte segment.
De nokkenassen worden door een onderhoudsvrije ketting aangedreven terwijl hun positie automatisch hydraulisch aangepast wordt. Andere verfijningen omvatten het gebruik van holle nokkenassen die het gewicht en de heen en weer bewegende massa verminderen, en een demper die de torsietrillingen opvangt zodat de looprust verbetert. Het injectiesysteem kan bij een deelbelasting ook de poort deactiveren met het oog op een betere uitlaatgasrecirculatie zodat de emissies en het verbruik dalen.
De atmosferische 1.6-litermotor ontwikkelt 85 kW/115 pk bij 6.000 t/min en heeft zelfs een nog groter specifiek vermogen per liter (72,5 pk) dan zijn atmosferische broertje van 1.4 liter. Het maximumkoppel van 155 Nm komt vrij bij 4.000 t/min, terwijl meer dan 90% van dat koppel al beschikbaar is vanaf 3.000 t/min. Het gemiddelde brandstofverbruik bedraagt 6,3 l/100 km.
Deze motor is uitgerust met een variabel, tweetraps inlaatspruitstuk. Om het motorkoppel bij toerentallen onder de 4.000 t/min te verhogen, gaat het brandstofmengsel door 620 mm lange inlaatleidingen. Wanneer het toerental boven 4.000 t/min stijgt, stuurt het motormanagementsysteem een signaal uit om de lucht door kortere leidingen van 288 mm te leiden. Het effect daarvan is dat het vermogen bij hoge toerentallen toeneemt.
De cilinderwanden van de motor zijn met lasertechniek afgewerkt zodat ze extreem glad zijn. Dat beperkt de zuigerwrijving en de slijtage tot een minimum en vermindert tegelijk ook het olie- en brandstofverbruik. Bovendien worden de zuigers aan de onderkant met oliestraaltjes gekoeld.
De nieuwe, kleinere 103 kW/140 pk sterke 1.4-liter-turbomotor die een atmosferische 1.8-litermotor met hetzelfde vermogen vervangt, levert niet alleen goede prestaties, maar is ook nog erg soepel dankzij het koppel van 200 Nm dat tussen 1.850 en 4.900 t/min vrijkomt. In vergelijking met de huidige 1.8-litermotor (140 pk/175 Nm) heeft hij een 14% groter koppel terwijl zijn verbruik met een gemiddelde van 5,9 l/100 km opmerkelijk laag blijft – een daling met bijna 18% in vergelijking met zijn voorganger. Met deze motor accelereert de Astra in 9,7 seconden van 0 tot 100 km/u en accelereert hij in vijfde versnelling in maar 13,3 seconden van 80 tot 120 km/u.
20% bijtelling
De nieuwe variant is uiterst zuinig. Met een CO2-uitstoot van slechts 139 g/km behoort deze motor tot de allerzuinigsten in het segment en levert hij de zakelijke rijder ook specifiek voordeel op, door een inschaling in de 20% bijtellingscategorie.
De watergekoelde turbolader die tot 240.000 t/min haalt, is dicht bij de motor in het uitlaatspruitstuk ingebouwd zodat de motor snel op de bewegingen van het gaspedaal reageert. De inlaatlucht wordt in een luchtgekoelde intercooler nog eens samengedrukt.
De krukas, de zuigers en drijfstangen werden allemaal verstevigd waardoor het mogelijk was om de motor, ondanks de grotere krachten en hogere belasting, de relatief hoge compressieverhouding van 9,5:1 te geven. De zuigerkoeling met olieverstuivers onder de zuigers, de oliekoeler en de uitlaatkleppen die met natrium gevuld zijn, zijn andere eigenschappen die een grote duurzaamheid bij de hoge interne motortemperaturen garanderen.
De krachtigste benzinemotor is de 1.6-liter-turbomotor die meer dan 110 pk per liter ontwikkelt en een maximumvermogen van 132 kW/180 pk vrijgeeft. Deze motor die ontwikkeld werd voor klanten die veel belang aan dynamische rijeigenschappen hechten, is de krachtigste seriemotor in zijn categorie.
Dat hoge vermogen gaat gepaard met een hoog koppel van 230 Nm dat over een breed toerentalgebied van 2.200 tot 5.400 t/min beschikbaar is. Om inhaalmanoeuvres snel en veilig uit te voeren, kan een ‘overboostfunctie’ gedurende een korte tijd een nog groter koppel vrijmaken: gedurende maximum vijf seconden is er tot 266 Nm beschikbaar.
Met deze motor accelereert de nieuwe Astra in 8,5 seconden van 0 tot 100 km/u en accelereert hij in vijfde versnelling in slechts 10,5 seconden van 80 tot 120 km/u.
Zoals in de atmosferische 1.6-litermotor zijn de cilinderwanden met lasertechniek afgewerkt om de zuigerwrijving tot een minimum te beperken. Om de hogere bedrijfstemperaturen aan te kunnen, zijn de uitlaatkleppen gevuld met natrium en worden de zuigers aan de onderkant met oliestraaltjes gekoeld. De thermostaat die op basis van kenvelden gestuurd wordt, verhoogt de temperatuur van het koelwater bij lage toerentallen of bij een lage motorbelasting om de interne wrijving en het brandstofverbruik te verminderen.
Drie dieselmotoren in vier vermogensvarianten met een verbruik van minder dan
5,0 l/100 km
Het aanbod CDTI-turbodiesels omvat 1.3, 1.7 en 2.0-litermotoren met een vermogen van 70 kW/95 pk tot 118 kW/160 pk. In alle gevallen gaat het om common-rail-motoren met meervoudige brandstofinjectie die standaard van een dieselpartikelfilter zijn voorzien. Alle motoren halen voordeel uit de nieuwste ontwikkelingen en verbeteringen op het vlak van motormanagement. Daardoor kon het verbruik in vergelijking met het huidige aanbod dieselmotoren, die overigens al erg zuinig waren, nog eens met een indrukwekkende 14,5% teruggedrongen worden. De vier motoren, zelfs de 118 kW/160 pk sterke 2.0 CDTI, verbruiken gemiddeld minder dan 5,0 liter/100 km, terwijl hun CO2-emissies onder de 129 g/km blijven. Een eerste Astra van de ecoFLEX-generatie, die door de 1.3 CDTI-motor van 70 kW/95 pk aangedreven wordt, zal in de lente van 2010 het aanbod aanvullen. Met die laatste krachtbron stoot de Astra maar 109 g CO2 per km uit bij een verbruik van slechts 4,2 l/100 km.
Alle CDTI-motoren van de Astra hebben 16 kleppen, twee bovenliggende nokkenassen, een lichtgewicht aluminium cilinderkop, inlaatpoorten met een speciale vorm die voor een uitzonderlijk goede luchtwerveling en verbranding zorgen, met oliestralen gekoelde zuigers, een vliegwiel met twee gewichten en een onderhoudsvrije partikelfilter. De belangrijkste technische aspecten omvatten o.a.:
• Common-rail, meervoudige brandstofinjectie:
Omdat dit verfijnde systeem voor de brandstofaanvoer onder een hoge druk werkt, tot 1.800 bar (1.800 bar in de 1,7-litermotor; 1.600 bar in de 1,3- en 2,0-litermotor), staat het garant voor een extreem fijne verneveling van het brandstofmengsel in de verbrandingskamer. Bovendien zijn er per verbrandingscyclus tot vijf injectiefases mogelijk om zo veel mogelijk energie uit de brandstof te halen. Dat resulteert in uitzonderlijk lage verbruiks- en emissiecijfers, alsook in minder motorgeluid. Meervoudige injecties helpen om de krachtige trillingen die met een dieselontsteking gepaard te gaan, af te vlakken. Met een voorinjectie tijdens de opwarmfase bijvoorbeeld is het ‘kloppen’ bij de start van een koude motor nauwelijks nog hoorbaar.
• Turbolader met variabele geometrie (VGT):
De stand van de schoepen op het turbinewiel wordt permanent aan de motorbelasting en de toerentallen aangepast. Daardoor reageert de motor bijzonder snel op het gaspedaal, vooral wanneer men vanuit lage toerentallen accelereert.
• Verbeterde uitlaatgasrecirculatie (EGR):
Het elektronisch gestuurde EGR-systeem heeft een bijkomende koelfunctie. Elektrisch-pneumatisch bediende omloopkleppen die door het motormanagement gestuurd worden, zorgen ervoor dat de uitlaatgassen die terug op weg zijn naar de cilinder, een aangepaste verbrandingstemperatuur bereiken. Daardoor neemt niet alleen het vermogen toe, maar dalen ook de emissies.
De 70 kW/95 pk sterke 1.3-liter CDTI van de nieuwe Astra ecoFLEX krijgt veel lof voor zijn compacte afmetingen en verbruikt gemiddeld niet meer dan 4,2 l/100 km. Zijn CO2-uitstoot blijft beperkt tot 109 g/km. Ondanks zijn kleine cilinderinhoud geeft deze krachtbron tussen 1.750 en 3.250 t/min toch een indrukwekkend koppel van 190 Nm vrij.
De 1.7-liter CDTI wordt in twee uitvoeringen aangeboden: een met een vermogen van 81 kW/110 pk en een koppel van 260 Nm, de andere met een vermogen van 92 kW/125 pk en een koppel van 280 Nm. In beide gevallen bedraagt het gemiddeld verbruik 4,7 l/100 km.
De 2.0-liter CDTI die voor het eerst in de Insignia gepresenteerdwerd, heeft een vermogen van 118 kW/160 pk. Bovendien heeft hij al vanaf 1.750 t/min het indrukwekkende koppel van 350 Nm. Met de overboostfunctie is gedurende 15 seconden een koppel van 380 Nm mogelijk, wat de bestuurder extra vermogen geeft wanneer hij dat nodig heeft. De motor levert dan ook uitstekende prestaties – zo accelereert de Astra in 9,0 seconden van 0 tot 100 km/u – terwijl hij gemiddeld toch niet meer dan 4,9 l/100 km verbruikt.
Een nieuwe 6-trapsautomaat in het aanbod versnellingsbakken
Handgeschakelde zesversnellingsbakken met een goede spreiding van de overbrengingsverhoudingen en een lange, brandstofbesparende zesde versnelling zijn standaard in het volledige gamma. Alleen de atmosferische 1.4 en 1.6-liter-benzinemotoren en de 1.3-liter-turbodiesel worden aan een vijfversnellingsbak gekoppeld. Die krijgt in de instapmodellen van de Astra de voorkeur omdat deze wegens zijn rendement en gewicht het verbruik van die modellen maximaal beperkt. Alle versnellingsbakken zijn voorzien van een synchronisatie met drie kegels om de eerste en tweede versnelling gemakkelijk te kunnen inschakelen.
Een gloednieuwe 6-trapsautomaat met een ActiveSelect-functie is optioneel beschikbaar voor alle benzinemotoren, op de atmosferische 1.4-litermotor na die alleen met een handgeschakelde versnellingsbak geleverd wordt.
De centrale as van die versnellingsbak ligt in dezelfde lijn als de krukas. Daardoor is een compacter geheel mogelijk zodat de werking van de kreukelzone verbetert, er meer interieurruimte vrijkomt en de lijn van de motorkap lager ligt dan met een conventioneel ontwerp dat niet in lijn ligt met de krukas. De versnellingsbak wordt nu niet meer rond het uiteinde van de dwars gemonteerde motor “gevouwen”. In plaats daarvan zitten de tandwielsets nu op een as die in het verlengde ligt van het middenpunt van de krukas. Daardoor kan de totale lengte van de aandrijfeenheid ingekort worden. Bij een schakelbeweging worden de schakelvorken tegelijk in- en uitgeschakeld, wat de werking van de versnellingsbak verbetert en de bestuurder een directer gevoel geeft in vergelijking met schakelmechanismen met een ‘vrijlopend’ tandwiel.
De sturing van de versnellingsbak kan uit een ruim aanbod van schakelpatronen kiezen om zich aan de stijl en de gewoonten van de bestuurder aan te passen. Daarbij anticipeert het systeem zelfs op momenten waarop een maximale acceleratie of een maximumrendement gevraagd wordt. De elektronische sturing past zich ook aan de heersende wegomstandigheden aan. Zo wordt er bijvoorbeeld later geschakeld wanneer de auto klimt of daalt en wordt er bij het terugschakelen een beroep gedaan op de motorrem.
ActiveSelect stelt de bestuurder ook in staat om via de versnellingspook sequentieel te schakelen. Een ander voordeel voor de bestuurder is de “neutrale” positie in vrijloop waardoor de trillingen en het verbruik dalen.
Steunpunten met een hydraulische demping voor een soepele werking
Alle motoren rusten op steunpunten met een hydraulische demping die de trillingen in de carrosseriestructuur tot een minimum beperkt. Adapterplaatjes maken het mogelijk om voor alle motoren dezelfde vier bevestigingspunten te gebruiken: twee op de voorkant van het hulponderstel en één op elke draagbalk in de lengterichting.
Het systeem voor de brandstofaanvoer steunt op een elektrische pomp en een filter die in de tank ondergebracht zijn. Die tank zelf heeft een inhoud van 56 liter en is onder de achterbank gemonteerd met het oog op een optimale gewichtsverdeling. Tegelijk verhoogt die positie van de tank bij een botsing de veiligheid.
Voor meer informatie:
Jeroen Maas, Manager Public Relations Opel
Telefoon: 076-5448125
E-mail: jeroen.maas[at]gm.com